|

1999, de eerste kennismaking.
Reeds enkele jaren nam ik deel aan Tour de France
reizen, waarbij we zelf het laatste deel van de etappe reden, heerlijk op
de autovrije routes!!!! Menige Col is derhalve al beklommen, zowel in de
Alpen als de Pyreneeën. Doch aan die reizen kwam door te weinig animo een
eind. Eén van de plaatsen waar we zijn geweest was Villard de Lans, in de
buurt van Grenoble en in die plaats hebben mijn echtgenote en ik
uitgezocht voor een vakantie.
In de voorbereiding op deze vakantie is het idee naar
voren gekomen om de Ventoux te “pakken” en wel de zuidelijke kant. Dat
hield tevens in, kaart bestuderen en de Berggids voor fietsers weer ter
hand genomen.
Omdat het vanuit Villard toch nog een uurtje of drie
rijden is met de auto en mijn vrouw geen fietster is, mocht ik van mijn
“privé sponsor” een nacht in de buurt overblijven. In Vaison la
Romaine had ik een mooi uitvalsbasis gevonden voor de aanval op de Mont
Ventoux.
Op de dag van mijn aankomst, tegen 14.00 uur heb ik
me ingekwartierd en aangezien het nog zo vroeg was en het weer uitstekend,
kon ik de drang niet weerstaan om op de fiets te springen en zogenaamd de
benen even los te trappen.
Een prachtige en vrij rustige omgeving en karren dus.
Waar naar toe? Op de wegwijzers in het dorp stond “hij” reeds vermeld:
Mont Ventoux. De magneet werd ingeschakeld en zonder verdere voorbereiding
en slechts een bidon en een müslireep naar de voet. Gewoon om eens te
kijken. In Malaucène, leuk plaatsje, ging de automatische piloot erop.
Bij het verlaten van het dorp stond een gendarme, zo uit de film van Louis
de Funès, onder een boom. Schijnbaar wachtte hij nu reeds op de Tour.
Volgens de geleerden is dit de minst zware zijde, dus
links af en langzaam klimmend begon ik voorzichtig aan de berg zonder echt
te weten wat me te wachten stond.
Genietend
van de omgeving en het fietsen heb ik mijn weg vervolgd, doch de drank en
het voedselpakketje waren niet toereikend. Mijn gedachte was, er komt toch
nog wel een Gites of iets van dien aard. Helaas. Na ca 10 km kwam ik bij
Belverdere, een prachtig mooi uitzicht en…… een paar kraampjes, Dus
toch. Ik kreeg moed voor het tweede deel. Ja kraampjes met souvenirs, maar
iets te eten of te drinken, ho maar. Waarschijnlijk heb ik er erg slecht
uit gezien, want op mijn vraag of er ook iets te drinken kon worden
gekocht, was het antwoord: “Non”, maar kreeg wel van de eigenaar een
fles water aangeboden. Ondanks dat het water lauw was, heb ik de bidon
bijgevuld en met een beleefd: “Merci et au revoir”, de tocht vervolgd.
Niet voor lang, want hier begon het steile stuk.
Daar
dit toch slechts een kennismakingsronde was, zo
dacht ik, mag ik nu omdraaien en netjes met de afdaling beginnen. Mijn
geweten was gerust gesteld. Morgen is een nieuwe dag en dan….. Dus terug
naar het Hotel.
Gezien de ervaring van de vorige dag en dat ik na
afloop weer terug wilde naar mijn echtgenote, besloot ik om met de auto
naar Bedoin te rijden, tevens omdat ik graag de zuidzijde wilde nemen.
In Bedoin nog even een kopje koffie drinken, het
(Turks)toilet opzoeken en dan op pad.
Om 09.00 uur, lekker vroeg, vertrokken. De zon scheen
heerlijk en de temperatuur was nog aangenaam en alleen de geur van
lavendel om je heen, wat wil een mens nog meer?
Licht stijgend en steeds een tandje lichter
schakelend naar St. Estève, precies zoals in het boekje staat omschreven.
Om me zelf niet over de kop te jagen, verder geklommen op de 39X26,
zittend en af en toe uit het zadel om de rug even te ontlasten. Gezien de
leeftijd (51) en het gewicht (88), geen overbodige luxe. (Ik fiets nog
steeds voor mijn plezier.) Nou, voor mijn plezier?? Gezien het vroege
tijdstip was het vrij rustig op de weg. Slechts een enkele lichtgewicht
ging voorbij.
In het bos kwamen ook de vliegen en niet alleen de
vliegen maar ook de gedachten van: “Voor wie doe ik dit eigenlijk en
waarom”. En dan zie je een bocht verder nog zo’n ploeteraar en dan
krijg je toch weer de moed en ga je door. Met een: “C’est tres dur et
bon route”, de zwoeger achter latend. Dit lukt me nog een paar keer. In
het bos blijft het redelijk koel. Je leest de velen namen en
aanmoedigingen op de weg, behalve die van en voor mij staan er niet bij.
Op de computer kijk ik niet al te vaak, want dat schiet ook niet op.
Zo blijf ik met de berg bezig tot aan Chalet Reynard,
het minder steile gedeelte.
Je
ziet even de top. Hier is het dat twee Nederlanders mij inhalen en hoor
ze het nog zeggen: “Nu een tandje schakelen”. Maar jongens, hebben
jullie het boekje van Bart Aardema dan niet gelezen? Ik had het op mijn
lippen liggen. Maar ja, ze zijn oud en wijs genoeg. Langzaam verdwijnen ze
uit het oog, tot dat ik zo’n twee kilometer voor de top een van hen
voorovergebogen over de fiets zie staan. Is het dan toch waar dat je je op
dat gedeelte kapot rijdt?Ik passeer de gestrande rijder en hoor even later
toch nog net het klikken van de schoenen en pedalen en rij in tempo
verder. Voel en merk ik iets in mijn lijf dat lijkt op competitie?
Vlak voor de laatste bocht rechts op naar de meet zit
de gast naast me en zie dat de binnenbocht wel steil maar ook korter is en
met een laatste paar pedaalslagen is hij gezien.
Het is 11.15 uur. Een tijd had ik niet voor ogen,
maar ben toch tevreden met de 2.15 uur.
Boven
is een gezellige bedrijvigheid van gelijk gestemden. Verhalen worden
verteld, tijden vergeleken en de innerlijke mens wordt verzorgd. Nog wat
foto’s maken, even afdalen naar het monument ter nagedachtenis van
Simpson en dan in volle vaart naar beneden. Omdat het klimmen wat lastiger
gaat, het verplaatsen van de kilo’s, gaat het dalen des te beter. Die
fiets voelt lekker aan en het wegdek is goed, tevens is er nauwelijks
verkeer, dus….. Het maximum van deze dag is 87 km/h. Geen record.
Onderweg kom ik nog rijders tegen die op weg zijn
naar hun top. Ik kan met hen meevoelen, zeker nu de temperatuur verder
oploopt.
In Bedoin aangekomen even verfrissen en een hapje
eten en dan naar mijn vrouw. Een heerlijk voldaan gevoel.
|